Laatste alarmering:
Datum vandaag Tijd 07:46:57 Rabobank Smidsplein Voorthuizen 3781GR 15056 Prio Middel Eenheid | Ambulance 07-111

Ambulance 07-111

maandag 19 februari 2018

VRIJDAG 02|02

Vertrouwen in de democratie

Burgemeester van Barneveld, Asje van Dijk, schrijft regelmatig columns, genoemd 'Asjeblieft'

Binnenkort gaan we weer naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. Uit onderzoek blijkt dat 90 procent van de Nederlanders het idee van de democratie steunt en 70 tot 80 procent redelijk tevreden is met het functioneren van ons democratisch stelsel.

 

Daarbij past overigens wel de kanttekening dat er veel steun is voor meer inspraak en betrokkenheid van burgers bij beleid en uitvoering. Eén keer in de vier jaar een stem uitbrengen, is voor veel mensen niet meer genoeg. Zij willen actiever worden betrokken bij hun stad, dorp, wijk, sport- en cultuurvoorzieningen, wegen, zorg of scholenaanbod. Wat trouwens opvalt, is dat kiezers minder honkvast zijn geworden en makkelijker wisselen van partij dan enkele decennia geleden. Ook zien we dat kiezers veel vaker dan vroeger een bewuste voorkeurstem uitbrengen op een kandidaat op de lijst in plaats van het vakje van de lijsttrekker, de nummer 1, rood te kleuren.

 

Naast de grote groep van politiek betrokkenen, is er onmiskenbaar een kleinere groep van kiezers die zegt geen vertrouwen meer te hebben in de politiek. De Staatscommissie Parlementair Stelsel schat deze groep op zo'n 10% van het electoraat. Zij zijn ontevreden over politici en politieke partijen en uiten soms een diep wantrouwen in de democratie. Deze ontevredenheid kan niet los gezien worden van verlies van vertrouwen in de samenleving in het algemeen en gevoelens van onbehagen met het reilen en zeilen. Onzekerheid over de toekomst, het gevoel geen grip te hebben op de ontwikkelingen en een grote afstand die men voelt tot het bestuur of de politiek leiden ertoe dat men zich afkeert. Het zijn met name mensen die ook al achterblijven voor wat betreft inkomen, opleiding en maatschappelijke participatie, zo zegt de Staatscommissie. Zij voelen zich niet vertegenwoordigd en haken daarom af. Een kwalijke zaak, omdat het tot een tweedeling in de samenleving kan leiden. Het is daarom een dure plicht van ons democratisch stelsel en de politici daarin om de opvattingen, idealen en belangen van álle kiezersgroepen te representeren. Tegenstellingen moeten daarbij aan bod komen en leiders hebben de verantwoordelijkheid de stem van alle burgers goed te verwoorden. Alleen dan kan de kracht van de representatieve democratie blijven bestaan. Want die democratie heeft de breedst mogelijke legitimiteitsbasis onder de bevolking nodig.

 

Heeft onze democratische rechtsstaat en de representatieve democratie een toekomst? Jazeker, als de overheid er voor het volk is en niet andersom. Onze overheid zal telkens weer het algemeen belang moeten dienen en niet dat van een klein deel van de bevolking want dat leidt onmiskenbaar tot het wegdrukken of miskennen van het overige deel. Ook zal gewaarborgd moeten zijn dat er voldoende 'checks and balances' zijn om de macht te controleren. Dat maakt een gemeenteraad ook zo belangrijk als controleur van de uitvoerende macht die bij burgemeester en wethouders ligt. In die raad zullen de beslissingen bij meerderheid van stemmen genomen worden. Dat hoort bij een rechtsstaat. Maar voor het volgen van de meerderheidsregel in de democratie is het wel zaak dat die meerderheden in de representatieve organen regelmatig kunnen wisselen, zodat alle bevolkingsdelen af en toe hun zin kunnen krijgen. Dat is ook de reden dat dichtgetimmerde coalitieakkoorden worden voorkomen omdat ze vaak tot vervreemding van de politiek leiden. Ruimte voor debat en wisselende coalities zijn heel gezond voor de werking van de democratie. Bovendien helpt het dat, in de besluitvorming bij meerderheidsregel, er gestreefd wordt naar zo inclusief mogelijke meerderheden. Een brede steun, ook al moet er water bij de wijn worden gedaan, is op den duur beter voor het draagvlak en legitimiteit dan een krappe meerderheid.

 

Voor een gezonde democratie is het ook belangrijk dat sprake is van wederkerigheid in de relatie overheid-samenleving. Bij de bevolking als geheel zal er toch ook een gevoel van gemeenschap moeten zijn. Zonder gemeenschapszin, onderlinge solidariteit en "wij-gevoel" ontstaat er geen "Gemeinschaft" maar slechts "Gesellschaft" zoals de Duitse socioloog Emile Durkheim dat ooit benoemde. Elke groepering leeft dan een teruggetrokken bestaan op z'n eigen mentale eiland, van sociale cohesie is geen sprake en de overheid beperkt zich tot het borgen van klassieke vrijheidsrechten. Burgers zullen dus de bereidheid moeten hebben zich in de grote lijnen van de politiek en maatschappelijke ordeningsvragen te verdiepen. Los van het onmiddellijke eigen belang maar gemotiveerd vanuit het algemeen belang om de boel bijeen te willen houden en daaraan een bijdrage te leveren. De gedachte dat de stemkeuze bij de verkiezingen dus meer zou moeten zijn dan het zoeken van het eigen belang is bij veel kiezers misschien in vergetelheid geraakt; het kan daarom vast geen kwaad daarop nog eens een appel te doen.

 

Dr. J.W.A. van Dijk Burgemeester

 

Bron BDUmedia

Reacties
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht geplaatst.
Geef reactie
Naam
E-mail
YouTube URL
Reactie